R-pd.16.3
Specificeer de karakterset ook via HTTP headers, indien mogelijk.
Karakterset aangeven via een HTTP Content-type header
De HTTP Content-type header kan gebruikt worden om een karakterset aan te geven voor het door de server te versturen document.
Uitleg van deze richtlijn
Servers kunnen worden geconfigureerd om alle documenten van een bepaalde soort te versturen met een specifieke Content-type header. Voor Apache webservers is dit te regelen in het configuratie- en/of .htaccess bestand.
Sommige beheerders laten echter regelmatig de specificering voor een karakterset weg uit de standaard-headers die hun servers versturen. Dit kan ermee te maken hebben dat zij deze technologie niet kennen. Een andere verklaring is dat zij webontwikkelaars niet willen vastleggen op één karakterset voor hun pagina's, vanwege het autoritaire karakter van HTTP-headers.
Het is daarom belangrijk dat webontwikkelaars in elk geval in de HTTP-broncode van hun pagina's een meta element opnemen dat de karakterset verklaart.
Veel server-side scripts waaronder PHP, kunnen, onafhankelijk van de serverinstellingen, zelf HTTP-headers genereren.
Voorbeelden
De HTTP Content-type header
Content-type: text/html; charset=utf-8
PHP voor het produceren van een Content-type header
<?php header("Content-type: text/html; charset=utf-8"); ?>
ASP.Net voor het produceren van een Content-type header
<% Response.Charset="utf-8" %>
Links en referenties
- Aan de slag: Karaktercodering
Gerelateerde richtlijnen
- R-pd.16.1: Specificeer de karakterset voor webpagina's.
- R-pd.16.2: Specificeer de UTF-8 karakterset.
- R-pd.16.4: Gebruik (minstens) het meta element voor het specificeren van de karakterset en plaats dit element zo hoog mogelijk in de head sectie van de markup.
Bijbehorende ijkpunten normdocument
- IJkpunt 9.7: Specificeer de UTF -8 karakterset voor webpagina's.
