Informatiearchitectuur
Het proces van het organiseren, labelen en structureren van informatie
Informatiearchitectuur is het proces van het organiseren, labelen en structureren van informatie. Dankzij informatiearchitectuur voor het web kunnen gebruikers informatie eenvoudig online vinden. Dit wordt bereikt door de content van een website in logische categorieën te organiseren en een user interface (gebruikersomgeving) en navigatiestructuur te ontwikkelen.
Inhoudsopgave
Onderdelen van informatie architectuur
Belangrijke onderdelen van informatiearchitectuur zijn navigatie, naamgeving (labelling) en de gebruikersomgeving (user interface). Zij hebben alles te maken met de vindbaarheid van informatie.
Informatiearchitectuur bevat meer onderdelen (deze komen aan de orde in het onderdeel ‘productie’). Hier worden alleen de onderdelen behandeld die deel uitmaken van de zogenaamde ‘blauwdruk’ van de website. De blauwdruk van de website is een onderdeel in de ontwerpfase van de website. In de blauwdruk wordt onder andere de interactie, paginasoorten en navigatie vastgesteld.
Hoe zie je informatiearchitectuur terug in een website?
Goede informatiearchitectuur is geïntegreerd binnen de site en onzichtbaar voor de bezoeker. Een gebruiker merkt het alleen in de zin dat hij/zij informatie snel en relatief eenvoudig kan vinden.
Links en referenties
- Informatie architectuur, kan ik dat eten?
- Blueprint for Information Architects
- Information Architecture Tutorial
- gotomedia : techniques : structure
- The Passive Observer - Card sorting, goedkoop en eenvoudig
- Argus Center for Information Architecture: Glossary
Aanbevolen literatuur
- Van Dijck, Peter. Information Architecture For Designers.
- Goto, Kelly. Web Redesign: Workflow that Works.
- Tufte, Edward. The Visual Display of Quantitative Information.
Sitestructuur
Met sitestructuur wordt hier bedoeld: de organisatie die wordt aangebracht in de afzonderlijke webpagina’s met informatie. Een sitestructuur is prima uit te beelden door de afzonderlijke pagina’s te ‘tekenen’ en die door lijnen – de links op de pagina’s – met elkaar te verbinden.
Diepte versus breedte

Informatie wordt in principe hiërarchisch georganiseerd. Bij het bepalen van de sitestructuur moet worden overwogen of de site de diepte of de breedte ingaat. Bij een structuur die te diep is opgezet, moet dat de gebruiker te vaak klikken om bij de gewenste informatie te komen. Een structuur waar alle navigatie-elementen op het eerste niveau zitten daarentegen, werkt alleen als het aantal elementen beperkt is. Vaak wordt van een (hoofd)navigatie gezegd dat deze tussen de 3 en 7 elementen mag bevatten (‘‘vijf, plus of min twee’’). Bij meer dan tien items in de hoofdnavigatie wordt het voor de gebruiker vaak onoverzichtelijk.
Het groeperen van verwante onderdelen
Het groeperen van verwante onderdelen is een lastig onderdeel bij het bepalen van de sitestructuur. De groepering moet namelijk gebaseerd zijn op de meest logische plaats waar de (meeste) gebruikers verwachten bepaalde informatie te vinden. Card sorting is een vaak gehanteerde methode om te ontdekken wat gebruikers een logische indeling vinden.
Ordening op prioriteit
Hoofd- en subelementen van navigatie moeten vervolgens geordend worden op prioriteit. Ook hier geldt dat dit moet afhangen van de prioriteiten van de (belangrijkste) groep gebruikers.
Flexibele opzet van de structuur
Bij het opzetten van de structuur moet verder rekening worden gehouden met uitbreiding in de toekomst. De opzet moet zo flexibel zijn dat desgewenst op termijn nieuwe elementen kunnen worden toegevoegd. Het later wijzigen van de structuur van de site kan ertoe leiden dat de URL’s in afzonderlijke pagina’s moeten worden gewijzigd. Men moet ervoor zorgen dat URL’s duurzaam zijn (zie Permanente, unieke URL’s).
Methodes van organisatie
De gehele opzet van de site kan op verschillende manieren worden georganiseerd. Een paar methodes zijn de volgende.
- Taak georiënteerd
- Dit is gebaseerd op taken die een gebruiker wil verrichten (dit geldt in hoge mate voor Content Management Systemen (CMS) en Intranetten)
- Op onderwerp
- Startpagina's en directories zijn op deze manier georganiseerd.
- Op doelgroep
- Privé en zakelijk worden vaak als twee doelgroepen onderscheiden bij bedrijven die diensten verlenen aan beide.
Navigatie
Navigatie en structuur moeten voor de gebruiker zoveel mogelijk intuïtief zijn. Dit betekent dat navigatie consistent moet zijn: –houd items zoveel mogelijk op dezelfde plaats–. Het probleem met sitestructuur en navigatie is dat dit bij elke website verschillend is. Een gebruiker moet bij elke site opnieuw ‘leren’ hoe hij/zij door de site heen kan surfen. Toch vertonen veel websites grote overeenkomsten wat betreft de plaatsing van hoofd- en secundaire navigatie. Het blijkt dat veel gebruikers dezelfde verwachtingen hebben over wáár bepaalde navigatie-items zich bevinden.
Hulp bij het navigeren van een site
Voor bezoekers is het belangrijk dat ze weten waar ze zijn, waar ze vandaan komen en waar ze naar toe kunnen. Hulp in de vorm van het highlighten van het navigatie-element, of het gebruik van het zogenaamde ‘broodkruimelpad’ (ook wel breadcrums of klikpad genoemd) kan bezoekers hierbij helpen. Ook een sitemap of inhoudsopgave is handig voor gebruikers.
Naamgeving (labelling van elementen)
Labelling is de naamgeving van content. Bezoekers moeten aan de hand van het label al een idee krijgen van wat erachter ‘schuilgaat’. De verwachtingen van de doelgroep zijn bepalend voor naamgeving. Opvallend genoeg bestaan er grote overeenkomsten in de namen waaronder gebruikers verwachten bepaalde informatie te vinden.
Over het algemeen geldt dat labels zo kort en concreet mogelijk moeten worden gehouden en moeten aansluiten bij de taal van de doelgroep.
